Als je ja zegt tegen jezelf, zeg je echt niet vaker nee te zeggen dan je nu doet.
Misschien zeg je het alleen te vaak tegen de verkeerde persoon: tegen jezelf.
Want iedere keer dat je ja zegt, zeg je óók ergens nee tegen.
Je zegt ja:
We hebben het vaak over grenzen stellen alsof de oplossing is dat we vaker nee moeten leren zeggen.
Maar ik denk dat we het daarmee soms ingewikkelder maken dan nodig is.
Want wat als het helemaal niet gaat over vaker nee zeggen?
Wat als het begint met vaker ja zeggen tegen jezelf?
Ik moest hier laatst aan denken door iets uit mijn eigen leven.
Ooit was ik ergens en iemand vroeg waar mijn partner was.
Hij was niet mee.
Waarom niet?
Hij had gewoon geen zin.
En dat klinkt misschien heel simpel, maar hoe vaak maken we daar iets anders van?
Allemaal verklaringen om te voorkomen dat een ander misschien denkt: Hè? Geen zin?
Maar hij had tegen mij gewoon netjes nee gezegd. Hij wilde niet mee.
En eigenlijk vond ik dat prima.
Dus toen iemand vroeg waar hij was, zei ik gewoon: “Hij had geen zin.”
Geen smoes.
Geen verhaal eromheen.
Hij zei nee tegen iets waar hij niet naartoe wilde. Daarmee zei hij ja tegen zichzelf.
En ik deed eigenlijk hetzelfde. Ik hoefde zijn keuze niet goed te praten om een ander tevreden te houden.
Het grappige was: op een gegeven moment werd de vraag ook niet meer gesteld.
Mensen wisten het.
En daar zit voor mij iets belangrijks in.
We denken bij grenzen vaak aan dat ene ongemakkelijke moment waarop je moet zeggen:
Maar hoe beter mensen weten wat bij jou past, hoe minder vaak sommige vragen uiteindelijk worden gesteld.
Als jij jarenlang overal ja op zegt, leren mensen ook iets over jou.
Dat ze je kunnen bellen als er iemand extra moet werken.
Niet per se omdat die ander misbruik van je maakt, maar omdat jij steeds hebt laten zien: ik doe het wel.
Ik heb collega's gekend die gevraagd werden of ze de volgende dag extra konden werken en meteen ja zeiden.
Terwijl ik wist: volgens mij had jij al iets gepland?
Dan werd die eigen afspraak verzet.
Op papier hadden ze ja gezegd tegen het werk.
Maar waar hadden ze op dat moment nee tegen gezegd?
Precies.
Tegen zichzelf.
Dat vind ik misschien nog wel belangrijker dan leren grenzen stellen.
Want daarvoor moet je eerst weten waar jouw grens eigenlijk ligt.
En juist dat zie ik regelmatig bij vrouwen met langdurige schouderklachten.
En als je dat lang genoeg doet, kan er iets geks gebeuren.
De vraag “Wat wil jij eigenlijk?” wordt steeds moeilijker om te beantwoorden.
Niet omdat je geen eigen wensen hebt.
Maar omdat je zo gewend bent geraakt om eerst naar de ander te kijken, dat je nauwelijks nog stilstaat bij jezelf.
Dan is vaker nee zeggen ook niet zo eenvoudig.
Want hoe kun je duidelijk nee zeggen als je niet eens meer goed voelt waar jouw nee zit?
Dit herken ik ook van mezelf.
Toen ik zelf last kreeg van mijn schouder, heeft volgens mij bijna niemand echt geweten hoeveel last ik ervan had.
Ik hield mijn mond, deed gewoon alles en ik wilde vooral niet dat mijn schouder mij zou belemmeren.
Dus ging ik door.
Achteraf vind ik dat interessant.
Mijn lichaam gaf wel degelijk signalen af.
Maar in plaats van daar echt naar te luisteren, probeerde ik vooral te zorgen dat niemand merkte dat ik ergens last van had.
Mijn schouder zei eigenlijk steeds harder nee.
En ik bleef ja zeggen.
Dat betekent natuurlijk niet dat schouderklachten simpelweg ontstaan doordat je geen grenzen stelt. Zo eenvoudig werkt pijn niet.
Maar bij langdurige schouderklachten vind ik het wél belangrijk om breder te kijken dan alleen naar de plek waar het pijn doet.
Want soms is het niet alleen je schouder die moeite heeft met bewegen.
Soms ben jij zelf al heel lang aan het bewegen in een richting die eigenlijk niet meer bij je past.
En dan komt dat vervelende gevoel.
Je zegt een keer nee.
Of je kiest voor jezelf.
En onmiddellijk komt er iets achteraan:
Had ik toch niet gewoon moeten gaan?
Nu stel ik iemand teleur.
Wat zullen ze wel niet denken?
Ik had het toch best even kunnen doen?
We noemen dat al snel schuldgevoel.
Maar ik vraag me soms af of het werkelijk schuld is.
Heb je daadwerkelijk iets verkeerd gedaan?
Of voelt het vooral ongemakkelijk omdat je iets doet wat je niet gewend bent?
Als jij jarenlang degene bent geweest die altijd klaarstaat en ineens een andere keuze maakt, moet niet alleen je omgeving daaraan wennen.
Jijzelf ook.
Dat is uiteindelijk waar het voor mij over gaat.
Ik wil helemaal niet dat je voortaan overal nee tegen zegt.
Integendeel.
Als jij beter weet wat belangrijk voor je is, ontstaat er juist ruimte voor een oprecht ja.
Maar ook:
Misschien hoef je dus helemaal niet vaker nee te zeggen.
Misschien mag je vooral vaker ja zeggen tegen jezelf.
En als je dat doet, wordt het vanzelf duidelijker wanneer je ja tegen een ander ook écht een ja is.
In mijn eerdere blog schreef ik juist over de andere kant van dit verhaal: waarom nee zeggen zo lastig kan zijn, wat schuldgevoel daarmee te maken heeft en waarom grenzen stellen belangrijk is.